Hoe begin je een verhaal dat zich schrijft als een hele, héle slechte film? Elke opening voelt als het intrappen van een open deur. Ik voel dat ik er moeite mee heb om mijn verhaal te delen, vooral omdat ik nog steeds niet wil dat het mijn verhaal ís. Maar dat is het wel. Dit platform, ‘Tussen Maan en Mama’, is geboren uit mijn verhalen over verlies, en het voelt onrechtvaardig als ik daar niet over zou vertellen. Dus here goes nothing.

Afgelopen maart heb ik voor de tweede keer een miskraam gehad, en de afgelopen maanden zijn daardoor de pittigste uit mijn hele leven geweest. Ik neem je even mee terug naar januari, begin dit jaar. De weeïge misselijkheid en gevoelige borsten herkende ik uit duizenden: tijdens mijn zwangerschap van Luca waren dit de eerste symptomen die het hele eerste trimester hebben aangehouden. De positieve test volgde, net als het gelukzalige gevoel wat ons overspoelde als een warme deken. In september zouden we een kleintje verwachten.

Vanaf het eerste moment voelde deze zwangerschap eigenlijk ontzettend goed. In 2023 had ik natuurlijk al een miskraam gehad, maar na mijn zwangerschap van Luca had ik vertrouwen gekregen in mijn lichaam. Ik voelde heel sterk dat dit kindje ons bewust had uitgekozen – en ook bewust voor deze timing had gekozen. We zaten op dat moment in een erg turbulente fase van ons leven, waarbij we continu in een soort standje ‘TGV’ door de weken knalden. Dit kindje zette voor mij daarom de zaken in perspectief. Het gaf me houvast, en vertrouwen: linksom of rechtsom, in september komt er een kleintje bij. Dat het ook mis zou kunnen gaan, is welgeteld één keer in me opgekomen: een gedachte die ik deelde met mijn moeder, en daarna gelijk weer van me afschudde. Een miskraam? Nee joh… die had ik toch al van mijn Bingokaart des Levens afgestreept? Dat gebeurt echt niet nog eens. En daarbij: ik weet niet of ik dat hele proces nóg eens zou kunnen doormaken.

Tot die eerste echo in februari. “We gaan eerst eens kijken of we een uitwendige echo kunnen maken”, zegt de verloskundige. Koude gel op mijn buik, echo-apparaat erop. Er wordt veelbelovend gezocht, nog niks gevonden. Ergens vind ik dat gek. Ik zou echt ruim acht weken zwanger moeten zijn, en weet ook ongeveer wat we dan al zouden moeten kunnen zien. De verloskundige stelt me gerust: “Helemaal niet gek hoor, rond deze termijn laten ze zich soms alleen zien bij een inwendige echo.”. Zo gezegd, zo gedaan. 

Vanaf het moment dat de echokop bij me naar binnen gaat en ik op het scherm meekijk, voel ik de wereld om me heen stiller worden. Het blijkt lastig om ‘iets’ te vinden, en ik weet dat dat geen goed teken is. Met acht weken zwangerschap is het niet zoeken naar een speld in de hooiberg. Meer een zoektocht naar een erwtje op een goed gevuld bord aardappelpuree. Ze vindt uiteindelijk een eiblaasje, en als we goed inzoomen zien we daarin een embryo. Ontzettend klein, met een zwak kloppend hartje. “Dit komt niet overeen met de termijn van acht weken”, analyseert ze. “Zoals ik het nu kan zien, zit het op vijf weken en zes dagen.” 

Er valt een hele zware, ijzige deken over me heen. “Dat is niet goed”, concluderen Rick en ik allebei. De eerste miskraam trekt als een deja-vu aan me voorbij. Ik weet inmiddels uit ervaring dat dit geen levensvatbare zwangerschap gaat zijn. “Het ziet er inderdaad niet goed uit”, beaamt de verloskundige. Ze reageert verder heel lief en begripvol. Omdat we er allemaal niet meer van kunnen maken, mag ik mijn broek weer aantrekken. Verdoofd gaan we aan haar bureau zitten, alsof we alledrie even moeten laten bezinken wat we zojuist hebben gezien. En vooral: wat dat dan betekent. Wat er aan dat bureau precies is gezegd, weet ik niet meer. Ik herinner me alleen nog dat zware gevoel dat op me drukt. De tranen prikken achter mijn ogen, en het enige wat ik wil is wég uit die kamer. Weg van dat bureau. Weg van de afslag die ons leven zojuist genomen heeft. Ik kan niet geloven dat dit ons weer overkomt. Nóg een miskraam? Wat een ontzettend slechte film. 

Zodra we de praktijk uitlopen, laat ik mijn tranen de vrije loop. Rick en ik houden elkaar stevig vast, mijn hoofd knalt uit elkaar van alle gedachtes. Ik was er zo heilig van overtuigd dat deze zwangerschap ‘gewoon’ goed zou gaan. Al mijn schoonzussen zijn uitgerekend in de zomer, en met mijn uitgerekende datum in september zou ik de hekkensluiter zijn van een mini babyboom. Allemaal hebben ze zo’n eerste echo gehad, en bij ieder van hen was alles ‘gewoon’ – en gelukkig – helemaal goed. Dus bij mij zou het ook gewoon goed gaan. Ik weet niet wie in het universum daarboven de kaarten verdeeld, maar ik heb nu wel een héle slechte hand gekregen.

Net als ik denk dat het echt niet erger kan, doet het universum er nog een flinke schep bovenop.