Als je zelf ooit een miskraam hebt gehad, dan zul je het vast wel ooit gehoord hebben. Van die goedbedoelde, maar pijnlijke uitspraken van mensen om je heen die eígenlijk niet weten wat te zeggen als je ze vertelt over jouw verlies.
“Er zal vast iets niet goed zijn geweest met het vruchtje.”
“Waarschijnlijk had dit kindje sowieso geen kans van leven gehad.”
“Je weet tenminste wél dat je zwanger kunt raken.”
“Het is waarschijnlijk beter zo.”
“Gelukkig heb je al een gezonde zoon/dochter.”
Het zijn allemaal goedbedoelde manieren om jou troost te bieden, maar in werkelijkheid vinden de personen in kwestie het vooral heel erg lastig dat ze zelf niks kunnen doen (of zeggen) om jou beter te laten voelen. En ergens begrijp ik dat wel. Het is moeilijk om een dierbare in verdriet of pijn te zien, zeker als de aanleiding daarvoor iets is waar je zelf geen invloed op hebt. We willen een ander niet ongemakkelijk zien, en proberen met oplossingen, adviezen of meningen het verdriet te verzachten. Weg te nemen. Absoluut een teken van liefde, maar met die gedachtegang wordt in wezen een hele belangrijke afslag gemist.
De afslag van verdriet.
Verdriet – en rouw – is pittig. Het slokt je soms helemaal op, om je vervolgens weer compleet uit te spugen. Je hart ligt in duizend stukjes: je probeert de schade te lijmen, maar komt erachter dat die puzzel een slap Jan van Haasteren aftreksel is waar een aantal stukken gewoonweg kwijt zijn. De puzzel valt niet meer compleet te maken. En dat is klote, maar wel zoals het is. Weet dat je recht hebt op dat verdriet. Sterker nog, de weg van de heling begint pas op het moment dat je jouw verdriet helemaal durft aan te kijken. Die vloedgolf mag stromen, net zo hevig en lang als dat nodig is.
Opmerkingen als ‘Het is waarschijnlijk beter zo’ en ‘Je weet tenminste wél dat je zwanger kunt raken’ maken dat je je niet gezien voelt. Het voelt alsof jouw verdriet er niet mag zijn. Misschien ga je je daardoor zelfs wel een beetje schuldig voelen, want waarom lukt het je niet om iets ‘positiefs’ uit deze gebeurtenis te halen? Waarom haal je geen troost uit het idee dat het ‘waarschijnlijk beter zo is’? Het antwoord is simpel: daarvoor is het gewoon nog veel te vroeg. Verdriet is een emotie, en dat mag eerst de ruimte krijgen voordat de hele boel weer wordt gerationaliseerd. Je hoéft geen advies, geen oplossing, geen mening of peptalk. Het enige wat je wil, is gezien en gehoord worden – met alle emoties die je daarbij voelt.
Precies om die reden is het extra pijnlijk als er in je omgeving niks tegen je wordt gezegd. Geen appje of belletje, geen arm om je heen, geen onbeholpen uitspraak. Gewoon, niks. En eerlijk, ik begrijp heel goed hoe ontzettend lastig het is om de juiste woorden te vinden. Bang om iets verkeerds te zeggen, besluiten veel mensen om dan maar niks te zeggen – kunnen ze tenminste niks fout doen. Maar niks zeggen is eigenlijk het allerergste. Het is een beetje alsof je een heftig ongeluk ziet gebeuren, maar besluit de andere kant op te kijken. Als je iets intens verdrietigs hebt meegemaakt zoals een miskraam, voelt wegkijken bijna als het ontkennen van een stukje bestaansrecht. Het verdriet is namelijk een onderdeel van jouw hele zijn, en het zal tijd kosten voordat dat weer een plek krijgt.
Misschien lees je dit als partner/vriendin/vader/zus/collega/tante van een vrouw die een miskraam heeft gekregen, en vraag je je af: wat helpt dan wél in het bieden van troost? Het antwoord is even klein als waardevol: het hoeft namelijk niet heel groot te zijn. Je mag benoemen dat je het lastig vindt om de juiste woorden te vinden. Geef aan dat je aan de ander denkt. Vraag of de ander het fijn vindt om erover te praten. Stuur een hartje, trek een grote pan soep, bied aan om langs te komen voor koffie. Het zijn allemaal manieren waarop je indirect laat zien dat je weet dat de ander pijn heeft, dat die pijn er mag zijn en dat jij eventueel een schouder biedt om op te huilen.
Het zijn kleine gebaren, maar ze maken echt een wereld van verschil. Een miskraam ervaren we namelijk alleen, maar het verdriet hoeven we niet alleen te dragen.
