Je hebt al kunnen lezen hoe we erachter zijn gekomen een miskraam te hebben. Dit is deel 2. En geloof me: ik had vurig gewenst dat mijn verhaal niet twee delen nodig had om te kunnen vertellen, maar het tegendeel is helaas waar.

Mijn eerste miskraam in 2023 is spontaan ontstaan, en verraste ons daardoor enigszins: we balanceerden destijds nog tussen hoop en vrees toen het ineens vreselijk misging. Deze keer hebben we niks meer te vrezen: we weten vanaf de eerste echo zeker dat het mis is. Mijn verwachting is dan ook dat deze miskraam wederom vanzelf zal ontstaan. Omdat ik me tijdens de eerste miskraam zo alleen heb gevoeld in mijn verdriet, besluit ik deze keer open kaart te spelen in mijn nabije omgeving. Geen ‘griepje’ of ‘intense verkoudheid’. Nee. Ik heb een miskraam en dus echt even tijd nodig voor mezelf. Dat klinkt misschien ‘knap’ van mezelf, maar uit een soort overlevingsmechanisme rationaliseer ik het hele proces rondom dit verlies. Naïef als ik ben, denk ik dat deze gebeurtenis zich laat plannen: ik geef het twee weken, dan zal ‘alles’ wel weer achter de rug zijn. Zo ging het de vorige keer immers ook.

De boemerang die ik daarmee keihard weggooi, komt als een klap terug in mijn gezicht: er gaan twee weken in stilte voorbij. Hyperalert let ik op elk pijntje en krampje, en elk toiletbezoek brengt weer spanning met zich mee. Zou er bloedverlies te zien zijn? Gaat ‘het’ beginnen? Maar er gebeurt niks. Noppes. Nada. Deze miskraam laat zich niet plannen. We besluiten op advies van de verloskundige om een afspraak in te plannen bij de gynaecoloog, om eventueel verdere opties te bespreken. In een mega klein ziekenhuiskamertje worden we vervolgens ontvangen door een lieve en begripvolle vrouw, waar ik met droge ogen vertel in welke rollercoaster we zijn beland. Ook hier lukt het me om alles te rationaliseren: ik denk aan mijn werk en studie en alles wat momenteel op ‘pauze’ is gezet. Het kan toch allemaal niet te lang meer duren? Ik moet dóór, de trein vertrekt namelijk anders zonder mij. Dan, met slechts één vraag, zet ze me mij weer met twee benen op de grond:

“Wat ontzettend verdrietig voor jullie. Hoe voel je je nu?”

Een ogenschijnlijk simpele vraag, wat mijn kaartenhuis aan planningen en rationele gedachten in elkaar doet storten. Ik barst in tranen uit. Ik vertel haar dat ik me helemaal kut voel, en dat ik het oneerlijk vind dat dit ons weer overkomt. Dat we al zo enorm uitkeken naar dit kleintje. Dat ik er vertrouwen in had na een eerdere miskraam, en me zo enorm zwanger voelde. En dat ik niet begrijp waarom de miskraam nog niet op gang is gekomen.

Er volgt weer een echo, waarop we deze keer zien dat het hartje gestopt is met kloppen. Ik heb een missed abortion: het vruchtje in mijn baarmoeder is overleden, maar mijn lijf heeft het nog niet in de gaten. Dubbel kut: de zwangerschap gaat mis én het lukt mijn lichaam niet eens om het te detecteren. Wat ben ik enorm teleurgesteld in mijn lijf. Er volgen 3 opties waar we uit kunnen kiezen:

  1. Medicatie innemen om de miskraam op te wekken;
  2. Een curettage ondergaan;
  3. Afwachten tot het vanzelf op gang komt.

Een curettage wil ik absoluut niet vanwege de eventuele complicaties die daaruit zouden kunnen ontstaan (lees: verklevingen), en over de medicatie heb ik zoveel horrorverhalen gelezen dat ik daar ook niet erg hard aan trek. Ik besluit mijn lichaam nog eens twee weken de tijd te geven: het worden de twee langste weken van mijn leven. Ik probeer een knop om te zetten en de draad gewoon op te pakken, maar mijn engelengeduld wordt niet beloond. Mentaal breekt het mij to-taal op. Ik kán niet meer. Deze miskraam kan ik pas echt gaan verwerken nadat ik het van A tot Z heb doorleefd, en ik snak er inmiddels naar om er een streep onder te kunnen zetten.

We besluiten te starten met de medicatie, en vanaf dat moment gaat het van kwaad tot erger. De miskraam komt op gang, maar met zo’n ontzettende rotvaart en weeënstorm dat ik na een aantal dagen met spoed in het ziekenhuis wordt opgenomen. Er volgt uiteindelijk een curettage, en na 5 dagen met spoed nóg een omdat er restweefsel blijft zitten – met alle complicaties van dien. Die hele medische molen duurt een dikke week, waarbij ik bijna de complete Miskraam Bingokaart heb afgestreept. De prijs? Flinke bloedarmoede, en een trauma rijker. Met een lege baarmoeder en dito hart keer ik uiteindelijk huiswaarts. Ik ben op. Gesloopt. Moe gestreden ook. Die streep waar ik zo naar snakte? Nou, die is gezet. Met dikke watervaste stift. Wat volgt is een lange weg van herstel, waar ik nog steeds middenin zit.

Die weg, en de pijn en het verdriet die daarmee gepaard gaan, is voor mij het startpunt geweest voor ‘Tussen Maan en Mama’. Mijn twee miskramen zijn allebei zo ontzettend verschillend geweest – en hebben allebei op hun eigen manier een immense impact gehad op mijn leven. Mijn kíjk op het leven. Maar ook mijn kijk op het verdriet. De stilte die elke miskramende moeder met zich meedraagt. De eenzaamheid. Mijn kijk op de zorg, die in geen enkel opzicht is ingericht op een miskramende vrouw. Maar ook de kijk op mezelf, en de hardheid die steeds meer plaats maakt voor het zachte.

Mijn verhaal hoeft geen medelijden: ik ben niet zielig. Waar ik wel behoefte aan heb, is een stukje erkenning. Ik heb namelijk nog steeds enorm veel verdriet, en merk dat zich dat op de meest random momenten uit. Elke onverwachte zwangerschapsaankondiging voelt als een klap in mijn gezicht, en elk geboortebord in de tuin confronteert me met een gekoesterde wens die in duigen is gevallen. In mijn zoektocht naar manieren hoe ik het verdriet kan dragen en vorm geven, komt één behoefte heel sterk naar voren: de behoefte aan verbinding. Over miskramen wordt weinig gezegd, en veel gezwegen. Dat maakt het een eenzaam proces, terwijl het een moeilijk en allesomvattend verdriet is. Je huilt om een kindje dat je nooit gaat ontmoeten, maar waar je wel al onbeschrijfelijk veel van houdt. Dat is soms best verwarrend. Huil ik niet teveel? Maak ik het verdriet niet te groot? Het was toch nog zo vroeg in de zwangerschap? Ik héb toch al een gezond kindje? Zou ik het niet allang een plekje hebben moeten geven?

Fuck dat. Inmiddels weet ik dat vechten tegen verdriet hetzelfde is als proberen een bal onder water te houden. Dat kan best even lukken, maar er komt een moment dat die bal met een rotgang aan de oppervlakte komt. Verdriet wil gezien worden, mag de ruimte krijgen. En soms kun je daar wel wat handvatten bij gebruiken. Dit platform is dan ook voor alle vrouwen die in stilte rouwen. Partners die machteloos aan de zijlijn moeten toekijken. Vrienden die het moeilijk vinden om de juiste woorden te kiezen. Zorgprofessionals die bereid zijn verder te kijken dan de statistieken. Een miskraam moeten we als vrouw alleen doormaken. Maar het verdriet? Dat mogen we samen dragen.

Waarvan akte.